HAMMERMOLEN NEER
Vanwege een gemeentelijke herindeling in 2007 zijn een aantal gemeenten in Midden-Limburg samengevoegd tot de gemeente Leudal. De nieuwe plattelandsgemeente, in oppervlakte de op één na grootste gemeente van de provincie, draagt met recht de titel “de molengemeente van limburg”. De waterrad en windmolens hadden een belangrijk aandeel in de regio. Er staat een groot aantal molens, en liefst acht daarvan zijn nog in werking op wind- of waterkracht. Een aantal daarvan zijn zelfs heel bijzonder. Deze reeks gaat over de waterradmolens in de gemeente Leudal. De hammermolen was een Onderslagmolen en stond gestationeerd aan de Neerbeek. De molen was oorspronkelijk een koren- en oliemolen met aan iedere kant van de beek een molen. In de 19e eeuw was de molen het bezit van de familie Geenen. Mede-eigenaar van de Uffelse molen. Meestal heeft een molen een lange geschiedenis en wordt vaak van eigenaar gewisseld, hieronder vind je een opsomming van de belangrijkste overnames, verbouwingen en gebeurtenissen
Eigenaar: Fam Geenen
Bezoekmogelijkheid: geen
Gegevens molen: Onderslagrad tot ca 1906 Vanaf 1906 een turbinerad Een turbine die de maalstenen aandreef
1482: In een regest van het gemeentearchief te Roermond wordt de inhoud van een akte van 16 februari omschreven: Jacob (graaf) te Horn heer te Altena, Corterschum en Cranendoncq, oorkondt dat zijn vader schuldig was aan wijlen zijn drost Johan van Goor enkele keurvorstelijke Rijnsguldens, welke som Johan heeft vermaakt om missen, vigiliën en aalmoezen te doen in verschillende godshuizen. Waarbij 28 malder verstrekt worden aan kerken, kerkmeesters en kloosters.
1666: Uit een archiefstuk uit de inventaris van de Graven van Horn blijkt, dat Peter Nijskens, een van mijn voorouders, de Hammermolen heeft gepacht. Dezelfde Peter Nijskens was in 1653 een medeschenker van een monstrans.
1693: Behoorde de Hammermolen toe aan hare doorluchtige Vrouwe Hertogin van Croy (Croij ligt tussen Aerle Rixel en Stophout). Nijs Nijskens (neef van de eerder genoemde Peter Nijskens) en Jan Beckers waren toen de mulders.
1785: De Hammermolen werd door de Vrijheer van Keverberg verkocht aan Herman Geenen en Willem Geenen
1833: Dionisius Nijskens was molenaar; dit blijkt uit de geboorteaangifte van zijn zoon Johannes op 13 mei 1833. Dionisius was toen 33 jaar.
1865: de molen staat te koop.
1880: Grootvader Jan Mathis Nijskens blijkt als molenaar op de Hammermolen te wonen
1894: de molen staat weer te koop. Jacobus van Esser kocht de molen
1903: Toen het bedrijf op de oliemolen terugliep, werd de korenmolen afgebroken en de oliemolen heringericht met nieuw maalwerk en een turbine. Daarna werd met een houtzaagmolen uitgebreid. De houthandel bij de molen breidde zich uit in de loop der jaren onder het bewind van zoon en erfgenaam Jan van Esser.
1916: Er werd elektriciteit opgewekt met het turbinerad.
1926: Jan van Esser vertrok met de handel naar Roermond. Henri Nijs nam het maalbedrijf over en verkocht daarvoor zijn windmolen in Leveroy.
1940-1945: Tijdens WOII heeft de watermolen een belangrijke rol in de voedsel- en stroomvoorziening gespeeld. Watermolens werken stil en turbinemolens onopvallend. De bakker verplaatste zijn deegmachine naar de molen voor de aandrijving en een gedeelte van Neer kreeg elektriciteit van de molen.
1955: Het stuwrecht werd verkocht.
1960: Henri Nijs stierf in dit jaar , de familie Geenen nam de molen over.
1984: Hoogwater van de maas , stomende elektrakast bij de hammermolen
1979: de stuwen zijn weer in ere hersteld
1988: er zijn vistrappen gemaakt in de neerbeek